Werken in en met verontreinigde bodem

Wat is werken in verontreinigde bodem?

 

Het werken met toxische en gevaarlijke stoffen houdt een risico in voor de gezondheid en veiligheid van de mens. Het is daarom van groot belang dat elke betrokkene zich bewust is van de risico’s die hij of zij loopt tijdens het werk. Weten wat de risico’s zijn en weten hoe deze risico’s zijn te voorkomen (of zo veel mogelijk te beperken), zijn belangrijke gegevens voor het bepalen van de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden.

 

Wat zijn de risico's?

 

Tijdens het bouwproces, voornamelijk bij grond- of ballastroerende werkzaamheden, kan verontreinigde grond, verontreinigd grondwater of verontreinigde gassen/dampen vrijkomen.

 

Hoe kun je blootgesteld worden?

  • inslikken (uit te sluiten bij inachtneming van zorgvuldige persoonlijke hygiëne, tenzij stuiven);
  • inademen (voornamelijk om stoffen in gas- of dampvorm);
  • opname via of aantasting van de huid (met name in geval van direct contact van de huid met vloeistoffen).

 

Mogelijke gevolgen:

 

Door blootstelling kan (ernstige) gezondheidsschade optreden. De omvang van de gezondheidsschade is afhankelijk van de blootstellingsduur en de aard van de stof waarin je bent blootgesteld. Eventuele gezondheidsschade hoeft zich niet direct te openbaren, maar kan ook pas na vele jaren leiden tot klachten.

  • CROW-400: Verdeling en verduidelijking van projectfasen en activiteiten in het bouwproces

    Projectfase

     

    Verantwoordelijk

     Activiteit arbo

    Activiteit milieu

    Initiatief

     

    Initiatiefnemer

    Borgen van het proces om te komen tot een effectieve uitvoering en voorkomen van veiligheids- en gezondheidsschade.

    Borgen van het proces om te komen tot een effectieve uitvoering en voorkomen van milieuschade.

    Onderzoek

     

    Opdrachtgever

    Vooronderzoek doen en afhankelijk van het resultaat V&G-plan op (te laten) stellen voor de grondroerende activiteiten. Beschikbaar stellen van relevante informatie. Opstellen van vraagspecificatie.

    Bodemkwaliteit kennen ten behoeve van vaststellen verplichtingen, wet- en regelgeving en eventueel inventariseren afzetmogelijkheden vrijkomende materialen (grond, baggerspecie, bouwstoffen, grondwater, etc.).

    Ontwerp

     

    Ontwerper

    Bepalen van de voorlopige veiligheidsklasse en mogelijk van toepassing zijnde beheersmaatregelen. De Opdrachtgever moet een veiligheidskundige inschakelen om in de ontwerpfase de juiste afwegingen te kunnen maken.

    Vaststellen noodzaak BUS-melding of saneringsplan. Opstellen en indienen BUS-melding/saneringsplan en eventueel andere relevante meldingen, bijvoorbeeld melding artikel 28 Wbb (50 m3 licht verontreinigde grond of 1000 m3 licht verontreinigd grondwater).

    Voorbereiding

     

    Grondroerder

    Vaststellen definitieve veiligheidsklasse door een veiligheidskundige inclusief bijbehorende beheersmaatregelen.
    In geval van asbest melding doen aan Inspectie SZW door werkgever (grondroerder).

     

    Opdrachtgever

    Indien van toepassing start van saneringswerkzaamheden melden aan bevoegd gezag Wbb door opdrachtgever of grondroerder.

    Uitvoering

     

    Opdrachtgever

    Melden van toepassingen grond/bagger en tijdelijke opslag in het kader van het Bbk door opdrachtgever of grondroerder. Melden beëindiging saneringswerkzaamheden aan bevoegd gezag Wbb (en eventueel aan een ander bevoegd gezag) door opdrachtgever of grondroerder.
    Indien van toepassing indienen evaluatieverslag, melding evaluatie BUS-melding en in sommige gevallen nazorgplan (evt. gedelegeerd aan milieukundig adviseur).

     

    Grondroerder

    Uitvoeren en toezicht houden op juiste toepassing maatregelenpakketten.

    Indien van toepassing werkzaamheden uitvoeren volgens BUS-melding, saneringsplan of plan van aanpak (art. 13/27 Wbb) en andere van toepassing zijnde vergunnings- en meldingsvoorschriften. Melden van onvoorziene omstandigheden (afwijkingen) en/of onverwachte verontreinigingen.

     

    Opdrachtnemer

    Evalueren resultaat maatregelen tijdens en na afronding van de werkzaamheden.

    Gebruik

     

    Beheerder (gebied, object, infrastructuur, netwerk).

    Als er bij onderhoud grondroerende activiteiten plaatsvinden, is er een nieuw initiatief.

    Als sprake is van restverontreiniging (bijvoorbeeld onder een leeflaag), is bij toekomstige grondroerende activiteiten sprake van een nieuw initiatief. Voor veel locaties met een restverontreiniging is een geschikt nazorgplan beschikbaar dat als leidraad geldt voor toekomstig gebruik en een overzicht geeft van gebruiksbeperkingen, instand te houden nazorgmaatregelen en meldingsverplichtingen.

     

  • CROW - 400 vigerende leidraad beheersmaatregelen

    De CROW-400 is de vigerende leidraad voor het nemen van de juiste en doeltreffende beheersmaatregelen.

     

    Uitgangspunt bij de CROW-400 is risico gestuurd werken ofwel per situatie dient opnieuw beoordeeld te worden wat het risico is en welke beheersmaatregelen genomen dienen te worden.

     

    Het verzamelen van de benodigde informatie is een verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Deze kan de opdrachtnemer verzoeken (een deel van) de onderzoeksinformatie te verzamelen, maar ook in dat geval blijft de opdrachtgever verantwoordelijk voor het resultaat.

    Bovengenoemde betekent dat opdrachtgever te allen tijde inzicht moet hebben in/verantwoordelijk is voor de aanwezige bodemkwaliteit en mogelijke verontreinigingen.

     

    Voor de Arbocatalogus RailInfra is binnen alle contractvormen de CROW-400 onverkort van kracht.

     

  • Gevaren en risico's

    Wat zijn de gevaren?


    Tijdens het graven in verontreinigde ballast of bodem is er reële kans dat vluchtige, vloeibare of vaste stoffen uit het ballastbed of bodem komen en dat er contact is met deze stoffen.

     

    Vanuit het verleden is bekend dat diverse spoorgebonden processen invloed hebben op de bodemkwaliteit in de vorm van de volgende diffuse processen:

    • koperverontreiniging door slijtende bovenleiding en stroomafnemers van treinen;
    • loodverontreiniging door stroomafnemers van treinen;
    • zinkverontreiniging door slijtage vanaf de spoorbanen;
    • nikkelverontreiniging door slijtage van spoorbanen en wielbanden;
    • polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) door gecreosoteerde dwarsliggers, ophooglagen en (diesel)treinen;
    • arseenverontreiniging door met ijzerstof neerslaan vanuit het grondwater;
    • minerale olie door lekkende opslagtanks, onderhoud, locomotieven en smeerolie;
    • bestrijdingsmidelen door onkruidbestrijding.

     

    Wat zijn de risico's?

     

    Niet-vluchtige stoffen:

    De zware metalen als lood, koper, arseen, zink en nikkel worden via ingestie opgenomen; zowel door hand-mond contact als via de voedselketen. Lood heeft negatief effect op de ontwikkeling van hersenen bij kinderen.

     

    Vluchtige stoffen:

    Vluchtige stoffen in de lucht (zoals minerale olie en fijnstof ofwel PM10) kunnen eenvoudig worden ingeademd. Daarbij komen ze via mond/neusholte, keel en luchtpijp tot in de longen terecht. De grotere vaste stofdeeltjes zoals lood, zink en asbest worden deels door slijm en fijne haartjes weer naar buiten gewerkt. De fijnere deeltje komen tot diep in de longblaasjes. Van asbestdeeltjes is bijvoorbeeld bekend dat deze deeltjes achterblijven en kunnen leiden tot stoflongen en plaque, het blijven kleven van de stof aan de wand waardoor de flexibiliteit en functie van de long vermindert. Als het vezeltje 3µm dik is en 5µm lang, en ook nog eens in de verhouding 1:3, dan is de kans groter dat dit leidt tot mesothelioom, ofwel longvlies- of buikvlieskanker.

     

    De vluchtige deeltjes komen via de longen in het bloed terecht. Het bloed in het lichaam zorgt voor transport van zuurstof, voedings- en afvalstoffen door het gehele lichaam. En dus ook van benzeen of alcohol naar de hersenen, spieren, lever, nieren, botten, vet, etc. 

    Van de aromatische koolwaterstoffen is benzeen de meest schadelijke. Deze kan bij langdurige blootstelling leiden tot de bloedziekte leukemie. De gechloreerde koolwaterstoffen zoals dichloorethaan, dichlooretheen, PCB’s (polychloorbifenylen), PER, tri en vinylchloride verdampen makkelijk en komen via inademing in het lichaam. Ook in het milieu vormt dit een probleem, omdat ze zich opstappelen in de voedselketen. De stof kan dus via voedsel worden ingenomen. PER en vinylchloride zijn zeer schadelijk.

     

    PFAS

    PFAS is een verzamelnaam en staat voor Poly- en Perfluoralkylstoffen. Deze groep chemische stoffen is door mensen gemaakt en komt van nature niet voor in het milieu. PFAS kunnen een negatief effect hebben op milieu en gezondheid.

     

    Bekende voorbeelden van PFAS zijn Perfluoroctaanzuur (PFOA), Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) en GenX-stoffen.

     

    De stoffen komen in het milieu door emissies uit fabrieken die stoffen maken of gebruiken. Ook kan het in het milieu komen door gebruik van PFAS-houdende producten zoals blusschuim, impregneermiddel voor textiel, smeermiddelen of als PFAS houdende producten bij het afval terecht komen.

     

    Acuut en lange termijn

    De blootstellingen aan stoffen met acute gevolgen zijn het best herkenbaar; bijv. hoofdpijn, rode vlekken of ademhalingsproblemen. Schade op langere termijn, zoals vage klachten, slecht werkende nieren, stoflongen of kanker, is veel lastiger te herkennen. Maar die klachten zijn daarmee niet minder schadelijk.