Werkomgeving buiten

 

Koude weersomstandigheden

 

Als de belasting door kou hoog is (lage temperatuur, veel wind, geen stralingswarmte, neerslag), de arbeidsbelasting laag (weinig warmteproductie), de aanpassingen onvoldoende (te weinig kledingisolatie) en er bovendien een lage belastbaarheid is (bijvoorbeeld door een slechte conditie) kunnen problemen ontstaan. Het eerste dat wordt gemerkt is een gevoel van onbehaaglijkheid of discomfort. Vervolgens merkt men dat bepaalde taken niet meer kunnen worden uitgevoerd door een verminderde vingervaardigheid. In ernstige gevallen kunnen zich onderkoeling of koudeletsels voordoen.

Werken onder extreme kou kan gezondheidsschade met zich meebrengen alsmede verminderde handvaardigheid.  
Om een norm te stellen wanneer wel of niet verantwoord gewerkt kan worden bij extreme kou gaan we uit van de gevoelstemperatuur. De gevoelstemperatuur wordt berekend op basis van het evenwicht tussen warmteverlies en warmteproductie van een gezond persoon, ervan uitgaande dat de kleding is aangepast aan de weersomstandigheden. Daarnaast zijn in de berekening windsnelheid, luchtvochtigheid en zonnestraling meegenomen (zie tabel weersomstandigheden)
Het KNMI gaat ervan uit dat het bij een gevoelstemperatuur van -15 graden Celsius snijdend koud is, dusdanig dat langdurige blootstelling zonder beschermende kleding tot bevriezingsverschijnselen kan leiden. Bij een gevoelstemperatuur van – 20 graden Celsius of lager zelfs al bij korte blootstelling.
Bij een gevoelstemperatuur van – 15 graden Celsius dient adequate beschermende kleding te worden gedragen en bekeken moet worden of het werk dan ook niet begonnen  c.q. gestaakt dient te worden.

Voor info over de gevoelstemperatuur kan gebeld worden naar de bouwweerlijn 0900 – 9728. 

De gevoelstemperatuur

 

We kunnen het warmteverlies uitdrukken in een gevoelswaarde van de temperatuur, gevoelstemperatuur genoemd. Dit kan op veel verschillende manieren berekend worden, vandaar dat er ook tabellen met verschillende waarden in omloop zijn.

Het KNMI maakt tegenwoordig gebruik van een recent in Canada ontwikkelde formule, dat is gebaseerd op het warmtetransport van het lichaam naar de huid. Deze methode staat dichter bij de menselijke ervaring van warmteverlies dan andere methodes. Deze is te zien in de tabel op deze pagina.

De vermelde gevoelstemperatuur geldt voor een gezond, volwassen en wandelend persoon van gemiddelde lengte. De gevoelstemperatuur wordt berekend uit een combinatie van de luchttemperatuur en de windsnelheid. De zon speelt geen rol in de berekeningsmethode maar bij zonnig weer voelt het minder koud aan dan de berekende gevoelstemperatuur doet vermoeden.

 

Tabel Gevoelstemperatuur (www.knmi.nl)

 

De tabel laat zien dat als het 0°C is en er een windkracht 5 (30 km per uur) staat, de gevoelstemperatuur -6° is. Het oranje vlak geeft de gevarenzone aan, de gevoelstemperatuur is hier -15°C of lager. Bij -15°C kan al na een uur koudeletsel optreden.

Diverse weersomstandigheden

 

  • Zeer warme omgeving (hittebelasting)
  • Milde omgeving (comfort)
  • Zeer koude omgeving (koudebelasting)


Voorbeelden;
Wind/Storm: Indien op hoogte gewerkt moet worden (dit houdt in boven 2.50 meter) mogen bij windkracht 6 of hoger geen werkzaamheden meer worden verricht.

Mist / hagel / zware regen: Voor werkzaamheden bij slecht weer geldt dat er alleen gewerkt mag worden als de zichtafstand voldoende is.

Sneeuw en ijs: Sneeuw en ijs kunnen leiden tot gladheid en tot gevaarlijke situaties met betrekking tot valgevaar. Dit wordt veroorzaakt door gladde bodem en/of glad schoeisel, door sneeuw en ijsvorming.

Onweer en bliksem: Werken bij onweer in het open veld heeft risico’s in zich. Bliksem is daarbij een grillig en moeilijk voorspelbaar verschijnsel. Bliksem slaat vaak in op het hoogste punt van de omgeving. Dit moet dan wel een punt zijn dat beter elektrisch geleidend is dan de lucht er omheen.
Langs en in het spoor hebben wij het probleem dat de onderdelen van de Railinfra goede geleiders zijn. Een blikseminslag in de bovenleiding of een spoorstaaf kan zich over grote afstand verplaatsen. Kortom, een inslag in de bovenleiding of spoorstaaf op kilometers afstand kan in een fractie van een seconde de werkplek bereiken en zodoende ernstige effecten hebben.
Bij het zien van bliksem of het horen van donder of wanneer een onweersbui nadert, moet het werk onmiddellijk gestaakt worden. Tevens dient een veilig onderkomen gezocht te worden bijvoorbeeld een gebouw, portocabin, bouwkeet of auto. Vermijd hoge objecten (masten en bomen) Als er na de laatste donderslag binnen 15 minuten geen flits of donderslag optreedt, mag men er van uit gaan dat het onweer voorbij is en het werk hervat kan worden.

Sneeuwval: Bij hevige dichte sneeuwval is het zicht vaak verminderd. Hierdoor wordt de zichtafstand niet gehaald bij werken aan het spoor. Bij lichte sneeuwval kan het zicht nog wel voldoende zijn maar moet er wel rekening gehouden worden met het effect dat de frontseinen van een trein door sneeuw bedekt zijn en daardoor minder snel zijn waar te nemen. Het werk moet onder deze omstandigheden gestopt worden. Bij een bedekte oppervlakte door sneeuw moet men er ook rekening mee houden dat geluid gedempt wordt en dat je daardoor treinen minder goed hoort.

Warm weer: In het algemeen geldt dat bij temperaturen van 35 graden of hoger gezondheidsschade kan optreden. Hierbij moet gedacht worden aan: zonnesteek, uitdroging (te weinig vocht), kramp in de spieren (zout tekort), huidproblemen en uitputting, verbranding van ledematen bij aanraken sterk opgewarmde oppervlaktes. Daarbij is het zo dat bij extreme warmte het concentratievermogen terugloopt, waardoor het gevaar op een ongeval toeneemt. Dit kan zeker nadelig zijn bij functies/activiteiten zoals veiligheidsman/grenswachter, het werken op hoogte en precisiewerk. Er moeten dan aanvullende maatregelen genomen worden in de vorm van:

  • Extra pauzes, in geschikte omgeving om af te koelen
  • Voldoende koele dranken verstrekken (zout)
  • Dragen van beschermende kleding
  • Hoofdbedekking; veiligheidshelm helm met eventueel neklap
  • Insmeren van de huid met zonnebrandcrème


Bij extreem hoge temperaturen vindt de afkoeling van de mens voornamelijk plaats door verdamping van lichaamsvocht. Bij een relatieve hoge luchtvochtigheid gaat de warmteoverdracht aan de omgeving moeilijker. De groep oudere werknemers met een slechte conditie en zwangere vrouwen zijn extra kwetsbaar in deze omstandigheden.

Ook voor mensen met een goede conditie is voortdurende hitte belastend omdat de combinatie van hitte en hoge luchtvochtigheid hoge eisen stelt aan hart en bloedvaten. De hitte-index volgens Steadman geeft aan dat er sprake is van groot gevaar bij een temperatuur van 35 °C in combinatie met een relatieve luchtvochtigheid van 50 %. Bij deze omstandigheden kunnen personen met een slechte conditie flauwvallen en daardoor ernstig letsel oplopen.

Bij onvoldoende afkoeling en voortdurende warmtetoevoer van buiten zal de inwendige Lichaamstemperatuur toenemen. Bij een inwendige temperatuur van 41 °C stollen de lichaamseiwitten en eindigt het leven. Fysieke arbeid draagt voor een belangrijk deel bij aan het opwekken van warmte in het lichaam.

Naast het gevaar van de hitte-stress speelt bij buitenwerken het langdurig blootgesteld worden aan direct zonlicht (UV-straling) mee, waardoor de kans op het krijgen van huidkanker toeneemt.

Om de problematiek te beheersen kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  • Technische maatregelen treffen (volgens de arbeidshygiënische strategie).
  • Zwaarte van het werk verminderen door technische hulpmiddelen of werktempo verlagen.
  • Aanpassen werkroosters en inbouwen van voldoende rusttijd in een geschikteomgeving om de lichaamstemperatuur weer op peil te brengen.
  • Ter beschikking stellen van voldoende drinkwater en zout.
  • Regelen van goed toezicht op de werkzaamheden.
  • De juiste (beschermende) kleding ter beschikking stellen•
  • Zorgen dat werknemers zo goed mogelijk beschermd worden tegen direct zonlicht (UV straling)


Bij extreem lage temperaturen treedt door afkoeling onderkoeling op. De kleding verhindert de snelle afkoeling. Om goed te kunnen functioneren is een inwendige lichaamstemperatuur van 36,9 °C noodzakelijk. Afwijkingen groter dan een 0,5 °C naar boven of beneden betekenen een verstoring van de lichaamsfuncties. Onderkoeling treedt op wanneer meer warmte uit het lichaam aan de omgeving wordt afgegeven dan aangemaakt kan worden. De afkoeling in water is 30 maal groter dan in lucht, vandaar dat verdrinking door
onderkoeling snel optreedt en vaak voorkomt. In water van 15 °C treedt na ruim een uur spierkramp op en na 2 uur, bewusteloosheid.
Temperaturen tot -10 °C worden geclassificeerd als koud en temperaturen van -10 °C tot -20 °C als zeer koud. Bij het werken in koude omstandigheden dient de werkgever passende beschermende kleding met inbegrip van thermisch ondergoed beschikbaar te stellen en georganiseerd te hebben dat werknemers zich op geregelde tijden in een ruimte kunnen opwarmen waarbij hen warme dranken verstrekt worden. De risico’s voor bevriezing van de gezichtshuid, het hoornvlies van de ogen, de vingers en tenen beginnen vooral bij temperaturen vanaf -10 °C in combinatie met wind, wanneer de huid onbedekt is.

Bij werkzaamheden in bovengenoemde werksituaties kan gezondheidsschade optreden.
Om de problematiek te beheersen kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  • Technische maatregelen treffen (volgens arbeidshygiënische strategie).
  • Afscherming van de werkplek tegen wind en regen.
  • Aanpassen kleding.
  • Werk-rust schema aanpassen en zorg voor een goede rustruimte op kamertemperatuur.