Gevaren, risico's en maatregelen

Bij het werken op hoogte is de hoogte op zich niet het gevaar, maar ontstaat het gevaar door de kans van de hoogte vallen. De val wordt meestal veroorzaakt door andere factoren, namelijk:

  • verkeerd gebruik van arbeismiddelen;
  • de ondergrond waarop het arbeidsmiddel wordt geplaatst is niet stabiel/stevig of vlak;
  • Onvoldoende beveiliging of het ontbreken daaraan;
  • het verliezen van evenwicht;
  • wegglijden of struikelen;
  • schrikken door omgevingsfactoren.

De gevolgen van een valpartij kunnen heel ernstig zijn, ook bij geringere hoogte dan 2,5 meter kunnen risico verhogende omstandigheden bepalend zijn voor het nemen van maatregelen.

Ter voorkoming van valgevaar zijn wettelijke regels opgesteld, hierin staat dat:

  • de werkgever zorg dient te dragen voor de juiste (veiligheids)middelen (aanschaf, keuring en onderhoud);
  • de werkgever een juiste en goede instructie over het gebruik van de veiligheidsmiddelen moet geven;
  • de werkgever dient toe te zien op het juist gebruik van de verstrekte (veiligheids) middelen;
  • de medewerker is verplicht deze middelen te gebruiken en/of toe te passen;
  • de medewerker heeft een eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot veilig werken.


Bijvoorbeeld; Persoonlijke valbeveiliging
Als het echt niet mogelijk is valgevaar te voorkomen door maatregelen aan de bron of door collectieve maatregelen (bijvoorbeeld leuningen), dan moet persoonlijke valbeveiliging worden gedragen.
In geval van een val, moet het slachtoffer zo snel mogelijk (binnen 15 minuten) worden bevrijd uit zijn harnas. De BHV-organisatie moet op deze vorm van hulpverlening zijn ingesteld. Na een val moet het harnas worden vernietigd, valstopapparaten moeten worden gecontroleerd door de leverancier.
Er moet aandacht zijn voor het slingereffect ofwel de pendulewerking bij het inrichten van de werkplek. Het is wenselijk de gebruiker van de gordel speciale instructie en voorlichting te geven.

Wanneer maatregelen treffen:
Er zijn een aantal criteria die bepalen of er maatregelen moeten worden genomen:

  • bij activiteiten waarbij sprake is van valgevaar bij werken op hoogte (2,5 mtr. of hoger);
  • bij valgevaar op arbeidsplaatsen die in beweging zijn of kunnen komen;
  • bij activiteiten op geringere hoogte (kleiner dan 2,5 mtr.) met risico verhogende omstandigheden, bijvoorbeeld;
  1. vallen in water;
  2. vallen op of langs aanwezige uitstekende delen;
  3. werken boven het spoor;
  4. werken boven de weg.

 

  • Bij windkracht 6 of meer worden alle werkzaamheden op hoogte van 2,5 mtr. of meer gestaakt.