Werken in besloten ruimten

Onder besloten ruimten worden ruimten verstaan die onder normale omstandigheden van de omgeving zijn afgesloten. Veel besloten ruimten moeten regelmatig worden betreden, bijvoorbeeld voor inspecties, reparaties, of schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden (onder andere lassen, snijden). Besloten ruimten worden vaak gekenmerkt door: beperkte bewegingsruimte, geen of weinig daglicht en slechte verlichting, geen of weinig ventilatie, kans op zuurstoftekort, mogelijke aanwezigheid gevaarlijke stoffen, beperkte toegankelijkheid en weinig vluchtmogelijkheden. In besloten ruimten kan een gevaarlijke atmosfeer aanwezig zijn of door werkzaamheden ontstaan. De gevaren die daarbij optreden zijn verstikking, bedwelming, vergiftiging en brand- en explosiegevaar.

De Inspectie SZW geeft daar in de praktijk de volgende invulling aan:
"De risico’s worden niet bepaald door de ruimte, maar door de specifieke gevaren (gevaar voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand en explosie; VBVBE) die erin aanwezig kunnen zijn. Deze gevaren bepalen of er sprake is van een besloten ruimte".

Voorbeelden van besloten ruimten binnen de railbranche zijn:

  • Machinekamers.
  • Tunnelbuizen (spoor en weg).
  • Stalen brugkokers met en zonder inwendige conservering.
  • Duikers.
  • Pompkelders in onder andere tunnels.
  • Kruipruimten in onder andere relaishuizen en onderstations.
  • Kabelsleuven en lasputten.
  • Kabeltrekputten/ruimtes.
  • Relaishuizen, onderstations en dergelijke met 1 toegangsdeur.

Wat maakt (werken in) besloten ruimten zo riskant?

  • In de meeste gevallen treden meerdere risico's tegelijkertijd op.
  • Besloten ruimten kunnen resten van vloeistoffen, gassen en dampen bevatten die zelf of in combinatie giftig, brandbaar of explosief zijn.
  • In besloten ruimten is soms onvoldoende zuurstof aanwezig als gevolg van oxidatie of verdringing door (inert) gassen.
  • Lichamelijke belasting tijdens werkzaamheden. Lastige houding en weinig beweegruimte.
  • Besloten ruimten zijn moeilijk toegankelijk en moeilijk begaanbaar (dikwijls alleen via een mangat). Bij calamiteiten leidt dit tot grote problemen. Het reddingswerk van buitenaf is zeer gecompliceerd.
  • Besloten ruimten worden slecht geventileerd (natuurlijke of mechanische ventilatie).
  • Verlichting is minimaal waardoor de oriëntatie bemoeilijkt wordt.


In besloten ruimten kan een gevaarlijke atmosfeer aanwezig zijn (of door werkzaamheden ontstaan), waardoor in of nabij de openingen van de ruimten een levensbedreigende situatie of ernstige gezondheidsschade kan worden veroorzaakt.
De gevaren zijn:

  • Verstikkingsgevaar.
  • Bedwelming/vergiftiging.
  • Brand/explosie.
  • Verwonding door stoten, vallen, vallende voorwerpen ofbewegende machinedelen.
  • Electrocutiegevaar