Gevaren

De Inspectie SZW geeft daar in de praktijk de volgende invulling aan:
"De risico’s worden niet bepaald door de ruimte, maar door de specifieke gevaren (gevaar voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand en explosie; VBVBE) die erin aanwezig kunnen zijn. Deze gevaren bepalen of er sprake is van een besloten ruimte".

De gevaren die kunnen optreden bij het werken in besloten ruimten hangen dus samen met de aard van de ruimte en het soort werk dat er wordt uitgevoerd. Vaak zijn de ruimten laag, is de werkvloer ongelijk en is er geen of slechte ventilatie en verlichting.

De bewegingsvrijheid van de werknemers kan extra beperkt zijn, bijvoorbeeld door het dragen van beschermende kleding en ademhalingsapparatuur. Bovendien is de houding waarin het werk wordt uitgevoerd meestal niet optimaal.

Bij diverse werkzaamheden kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.
Ten gevolge van de beperkte ruimte kan de concentratie van deze stoffen snel oplopen tot een gevaarlijk niveau. De mogelijkheid om de ruimten snel te verlaten is veelal niet of nauwelijks aanwezig. Er is meestal maar één kleine ingang die tevens als uitgang dient.
Bovendien is het vanuit de ruimten moeilijk om zonder hulpmiddelen de buitenwereld te alarmeren.
Bij het opstellen van een RI&E dienen alle mogelijke gevaren zoals hieronder genoemd te worden beoordeeld en dienen er beheersmaatregelen te worden getroffen:

  • Verwonding door stoten, vallen, vallende voorwerpen of bewegende machinedelen.
  • Verstikkingsgevaar.
  • Bedwelming/vergiftiging.
  • Brand/explosie.
  • Instortings- en verstikkingsgevaar bij diepe ontgraving (kabels en buizen).
  • Electrocutiegevaar