Organisatorische maatregelen

Voor het werken in besloten ruimten is volgens de wetgeving een V&G plan verplicht. Het ontwerp moet zo worden opgezet dat gevaren worden verminderd of voorkomen. De resterende gevaren die in de ontwerpfase niet kunnen worden opgelost, moeten worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan).
Er dient een risico-inventarisatie en -evaluatie te worden uitgevoerd waarbij alle in de besloten ruimte aanwezige risico’s aan de orde komen.
De risico’s dienen te worden beoordeeld aan de hand van gegevens over de constructie van de ruimte, de omgeving en de bij de werkzaamheden benodigde stoffen, materialen en gereedschappen.
Niet toestaan dat een besloten ruimte wordt gebruikt als locatie voor opslag van reserve materialen (brugseinen etc.).

Voorlichting en instructie
Om veilig te kunnen werken, moeten alle werknemers die betrokken zijn bij het werken in besloten ruimten weten wat de gevaren zijn, welke maatregelen moeten worden getroffen en wat de procedures zijn. Om dit te bereiken moet hierover voorlichting en instructie worden gegeven.

Noodprocedure
Het is niet uitgesloten dat er zich in een besloten ruimte een noodsituatie, bv brand of bedwelming, voordoet.
Om direct hulp te kunnen bieden moet een noodprocedure zijn opgesteld.
In deze procedure staat welke technische en organisatorische maatregelen moeten worden genomen en hoe de taken en verantwoordelijkheden zijn verdeeld.
De bedrijfshulpverlening moet zijn geregeld en er moeten BHV-ers aanwezig zijn tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In de Rail zijn alle werknemers LEH (Levensreddende Eerste Hulp) gecertificeerd en daarmee bevoegd als BHV-er op te treden.

Toezicht en communicatie
Het is wettelijk verplicht om maatregelen te treffen zodat iedereen de ruimte op veilige wijze kan verlaten bij plotseling optredend gevaar of in het geval van een calamiteit. De eenvoudigste methode is dat bij het werken in een besloten ruimte altijd een persoon buiten de ruimte aanwezig is die de werkzaamheden in de gaten houdt en meteen kan optreden wanneer nodig, de zogenaamde mangatwacht.

De mangatwacht ziet erop toe dat alle noodzakelijke maatregelen in acht worden genomen tijdens de werkzaamheden:

  • Hij moet onmiddellijk hulp kunnen bieden of hulp kunnen mobiliseren als dit nodig is.
  • Hij moet vooraf zorgen dat voldoende hulpverleners aanwezig zijn.
  • Wanneer iemand zich in de besloten ruimte bevindt, moet hij buiten bij de toegang tot de besloten ruimte permanent aanwezig zijn.
  • Hij houdt contact met de werknemer(s) in de besloten ruimte. In onderling overleg wordt afgesproken hoe contact wordt gehouden. Mogelijkheden zijn het gebruik van klopsignalen, treksignalen aan een reddingslijn,explosievrije communicatieapparatuur.


De mangatwacht is tevens verantwoordelijk voor:

  • De registratie van de personen in de besloten ruimte.
  • De kennis van de stoffen die in de besloten ruimte aanwezig zijn (geweest).
  • De toelating van personen en controleert of de "entry tag" volledig is ingevuld met de meetresultaten en de persoon welke de metingen heeft uitgevoerd.
  • Het vrijhouden van de vluchtweg.
  • Het waarschuwen van de personen in de besloten ruimte bij gevaar van buiten.
  • Het afsluiten van de gasflessen of afzetten van de stroom naar de lastrafo.
  • Het telefonisch contact met degene die eventueel op afstand de machines aanstuurt. Hij meldt wanneer de personen de besloten ruimte betreden en de bediening moet worden uitgeschakeld. Tijdens de werkzaamheden meldt hij elk half uur de voortgang. Na afloop van de werkzaamheden meldt hij degene die de eventueel uitgeschakelde installaties bedient dat deze weer in werking gesteld kunnen worden.